Blue Flower

Gerard van der Burg, psycholoog. Leestijd ca. 14 minuten.

Alles wat we meemaken heeft invloed op wat we denken, voelen en doen. Dit lijkt een open deur. Toch kent de psychologie geen theorie over de invloed van de werkelijkheid op ons gedrag. Ik geef een aanzet tot een dergelijke theorie. Tot slot pas ik deze aanzet toe op psychische stoornissen en op onze huidige samenleving.

De psychologie en de werkelijkheid
De werkelijkheid kan snoeihard zijn. Tientallen miljoenen mensen zijn besmet met het coronavirus, het virus maakt miljoenen doden en leidt tot vergaande maatregelen. Naast deze harde werkelijkheid op wereldschaal bestaat er een harde werkelijkheid op persoonlijk niveau, bijvoorbeeld ontslagen worden of een hersenbloeding krijgen. De harde werkelijkheid beïnvloedt ons leven. Ook de gewone werkelijkheid beïnvloedt ons leven.
     Alle dingen die we meemaken sturen ons gedrag. Alles wat we zien, horen, ruiken, proeven en met de tastzin voelen, bepaalt wat we denken, wat we voelen en wat we doen. Voorbeelden zijn de gesprekken die we voeren, de berichten die we lezen en de geluiden die we horen.
     Een psychologische theorie die uitgaat van de werkelijkheid lijkt zeer aannemelijk. Niettemin bezit de psychologie geen enkele theorie over de invloed van de werkelijkheid op onze gedachten, gevoelens en handelingen (1). Volgens psychologen kan namelijk niet over ‘de werkelijkheid’ worden gesproken, omdat zij niet bestaat. Dit is een bekend inzicht uit de kennistheorie, de tak van de wijsbegeerte die onderzoek doet naar betrouwbare kennis. De kennistheorie stelt dat ‘de werkelijkheid’ - de werkelijkheid die voor iedereen dezelfde is, de objectieve werkelijkheid - niet bestaat omdat elk mens de werkelijkheid interpreteert. Er is enkel een subjectieve of intersubjectieve werkelijkheid. Inderdaad, de objectieve werkelijkheid bestaat niet. Maar mensen zijn geen kennistheoretici.
     Voor de mens is het niet van belang of de werkelijkheid objectief is of niet. Hij leeft elk moment in de gewone werkelijkheid. Die alledaagse werkelijkheid is voor hem zelfs cruciaal. Hij is voor zijn bestaan namelijk geheel afhankelijk van aspecten of dingen in de gewone werkelijkheid, bijvoorbeeld een veilige omgeving, voedsel, water, andere mensen, werk, enz. Voor het bestaan van de mens is de werkelijkheid cruciaal en niet de kwestie van de objectieve werkelijkheid.
     De werkelijkheid bepaalt ons gedrag. Hoe dit mogelijk werkt heb ik getracht in taal te vangen. Ik beschrijf in grote lijnen deze werking. (Het is een aannemelijke aanzet, maar ook een die psychologen nog moeten toetsen aan de empirie.)

De concrete werkelijkheid
De mens leeft in de 'concrete werkelijkheid': de werkelijkheid die hij met zijn zintuigen waarneemt. De concrete werkelijkheid bevat voor de mens drie essentiële eigenschappen. 
     De eerste eigenschap is dat de mens in de concrete werkelijkheid talloze verschillende dingen waarneemt, bijvoorbeeld: wolken; regen, vogels; straten en het gedrag van andere mensen. Wanneer de omgeving van de mens verandert, verandert zijn concrete werkelijkheid. Zo neemt hij in zijn woonkamer andere dingen waar dan in het verkeer.
     De tweede eigenschap is dat sommige dingen in de concrete werkelijkheid goed zijn voor zijn bestaan. Als derde eigenschap zijn sommige dingen slecht voor zijn welbevinden.
     Deze drie essentiële eigenschappen van de concrete werkelijkheid veroorzaken, tezamen met het brein van de mens, zijn gevoelens, handelingen en gedachten.

Positieve en negatieve gevoelens
Sommige dingen zijn goed voor de mens, sommige dingen slecht. Zo is vers voedsel goed voor hem, maar bedorven voedsel slecht. De mens zal moeten weten of een specifiek ding voordelig of nadelig voor hem is. Dat gebeurt inderdaad.
     De hersenen van de mens beoordelen razendsnel met behulp van de zintuigen, of een specifiek ding positief of negatief is voor zijn welbevinden. Bij een positieve beoordeling ervaart de mens een positief gevoel, bij een negatieve beoordeling een negatief gevoel. Het positieve of negatieve gevoel heeft een bepaalde sterkte, variërend van heel licht tot heel sterk. De mens ervaart bij het waarnemen van bijvoorbeeld een specifiek persoon of een specifiek apparaat een positief of een negatief gevoel met een bepaalde intensiteit.

Handelingen
De mens ervaart een positief gevoel als zijn hersenen beoordelen dat een specifiek ding positief is voor zijn bestaan. Hij ervaart een negatief gevoel als zijn brein beoordeelt dat een specifiek ding negatief is voor zijn welzijn. Om te kunnen overleven zal de mens dus voortdurend moeten streven naar positieve gevoelens en negatieve gevoelens moeten voorkomen. Dat doet hij.
     De mens voert de hele dag handelingen uit die behoren tot een van de volgende drie soorten: handelingen om positieve gevoelens te bereiken; handelingen om negatieve gevoelens te voorkomen en simpele handelingen in reactie op negatieve gevoelens (2). Ik bespreek elke soort.
     De eerste soort handelingen zijn handelingen die positieve gevoelens moeten opleveren. De mens kent talloze van dergelijke handelingen. Veel van deze handelingen zijn onder te verdelen in verschillende categorieën. Ik noem dertien categorieën. Eén: het uitvoeren van allerlei basishandelingen, zoals eten, lopen, praten, schrijven, enz. Twee: de mens doet als kind zoveel mogelijk wat zijn ouders hem opdragen. Drie: school afmaken en een opleiding volgen. Vier: de mens doet als puber en volwassene zoveel mogelijk wat de normen en waarden van zijn (sub)cultuur hem voorschrijven. Vijf: een beroep uitoefenen. Zes: mooie spullen kopen. Zeven: vriendschappen sluiten en onderhouden. Acht: uitgaan, naar cafés, bioscopen en festivals. Negen: op vakantie gaan. Tien: een relatie aangaan en onderhouden. Elf: zelfstandig wonen. Twaalf: het huishouden doen, zoals eten koken, stofzuigen en opruimen. En dertien: een gezin stichten. Het uitvoeren van handelingen uit deze categorieën levert zeer vaak positieve gevoelens op.
     De tweede soort handelingen zijn handelingen om negatieve gevoelens te voorkomen. Ook bij deze soort handelingen zijn verschillende categorieën te onderscheiden. Ik noem er negen. Eén: zelfdiscipline, bijvoorbeeld gezond eten, goed slapen en voldoende bewegen om niet ziek te worden. Twee: zelfbeheersing. De mens gedraagt zich wellevend tegenover anderen om geen irritaties of conflicten op te roepen. Drie: perfectionisme om geen fouten te maken. Vier: ongezond gedrag afleren, zoals stoppen met roken. Vijf: het raadplegen van een medisch specialist om van specifieke pijn of klachten af te komen. Zes: scheiden van de partner om niet meer ongelukkig in de relatie te hoeven zijn. Zeven: een defect apparaat (laten) repareren of vervangen om hetzelfde (soort) apparaat te kunnen blijven gebruiken. Acht: demonstreren. Veel mensen protesteren tegen een misstand in de hoop iets te veranderen. Negen: coronaproof gedrag. Om niet besmet te raken met het coronavirus zal iemand geen handen schudden, zijn handen stukwassen en booglopen (3). Het uitvoeren van handelingen uit deze categorieën voorkomt zeer vaak negatieve gevoelens.
     De derde soort handelingen zijn simpele handelingen in reactie op negatieve gevoelens. Mensen voeren in reactie op negatieve gevoelens simpele handelingen uit, omdat simpele handelingen een hele grote kans hebben op positieve gevoelens. Voorbeelden van dergelijke handelingen zijn snoepen, shoppen of whatsappen.  
     Twee opmerkingen hierover. Ten eerste, voor de meeste handelingen uit de drie genoemde soorten geldt dat de persoon ze eerst heeft moeten leren uitvoeren. Het aanleren van handelingen betekent dat de handelingen door de hersenen worden verworven. Nadat de handelingen zijn aangeleerd, en in de hersenen zijn verankerd, kunnen ze heel vaak succesvol worden uitgevoerd. Toch kan elke gedraging die zeer vaak succesvol is uitgevoerd een keer mislukken. We kunnen bijvoorbeeld een keer struikelen, worden aangereden, iemand kwetsen of juist door anderen worden gekwetst.
     Ten tweede, een aantal van de handelingen uit de genoemde soorten en categorieën zijn persoonlijk: ze zijn niet op elk individu van toepassing. Sommige mensen kunnen aan een bepaalde gedraging niet voldoen of hebben er geen behoefte aan. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld geen eigen woning huren of kopen of hebben geen behoefte aan een relatie.

Gedachten
Een mens alleen kan niet overleven in de concrete werkelijkheid. Hij is van anderen afhankelijk. Hij zal goed moeten samenleven en samenwerken. Dankzij de taal kan hij dat.
     Ik noem drie functies van een taal. Ten eerste weet de mens door te praten met anderen, welke specifieke dingen voordelig of juist nadelig voor hem kunnen zijn. Ten tweede leren mensen elkaar door te praten, hoe ze nieuwe handelingen goed moeten uitvoeren. Ten derde bindt taal mensen. Wanneer twee mensen elkaar begrijpen ervaren ze beiden een positief gevoel. Om veel positieve gevoelens te ervaren zal de mens vaak en met verschillende mensen willen praten en ze begrijpen. Voor deze drie functies van de taal moet de mens zich nauwkeurig kunnen uitdrukken. Dat kan hij.
     Elke taal kent namelijk talloze (werk)woorden en werkwoordsvormen. De mens kan met behulp van deze (werk)woorden en werkwoordsvormen de talloze specifieke dingen uit de concrete werkelijkheid precies benoemen en daarmee elkaar begrijpen (4).

Tot slot verhelder ik met deze theoretische aanzet psychische stoornissen en de huidige samenleving.

Psychische stoornissen
De mens streeft dus voortdurend naar positieve gevoelens en probeert negatieve gevoelens te voorkomen. Hierdoor ervaart de mens elke dag veel positieve gevoelens en af en toe een negatief gevoel. Toch kan iemand nog een heftige gebeurtenis meemaken, bijvoorbeeld een ernstige ziekte krijgen of een dierbare verliezen. Hij ervaart dan over een lange periode weinig positieve gevoelens en veel sterke negatieve gevoelens.
     De mens zal met zijn streven positieve gevoelens te bereiken en negatieve gevoelens te voorkomen, op deze situatie moeten reageren. Zijn hersenen zullen gedrag gaan vertonen om meer positieve gevoelens te ervaren en minder negatieve gevoelens. Het brein van de mens kán dan een psychische stoornis ontwikkelen. Ik maak een onderscheid tussen een psychische stoornis die negatieve gevoelens moet voorkomen en psychische stoornissen die meer positieve gevoelens moeten opleveren.
     Een depressie kan worden beschouwd als een manier om negatieve gevoelens te voorkomen. Iemand met een depressie heeft namelijk geen energie meer om iets te ondernemen uit angst weer een negatief gevoel te moeten ervaren.
     Sommige psychische stoornissen, zoals een dwanghandeling, een verslaving en anorexia, kunnen worden beschouwd als manieren om weer veel positieve gevoelens te ervaren. Wanneer iemand vaak zijn dwanghandeling uitvoert ervaart hij veel positieve gevoelens. Als iemand vaak alcohol inneemt geeft hem dat telkens een positief gevoel. Wanneer de anorexiapatiënt vaak zijn honger kan trotseren door niet te eten levert hem dat steeds een positief gevoel op. De verslaafde en de anorexiapatiënt betalen voor deze positieve gevoelens een hoge prijs: de aantasting van hun lichamelijke gezondheid.
     Een depressie gaat zeer vaak samen met een of andere psychische stoornis. De depressie moet het aantal negatieve gevoelens verminderen en de psychische stoornis moet het aantal positieve gevoelens vermeerderen.

Onze huidige samenleving
Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw leven we in een zogenaamde meritocratie. In deze samenleving nemen we aan dat de verdiensten (merits) van het individu zijn lot bepalen in plaats van zijn afkomst. Het individu kan alles bereiken wat hij ambieert, als hij maar hard wil werken. Als hij geen succes heeft, heeft hij dat aan zichzelf te danken.
     Deze aanname van de meritocratie is onjuist. We leven in een concrete werkelijkheid die veel minder maakbaar is dan we willen en denken. Er zijn vele factoren en omstandigheden waar wij geen invloed op hebben (gehad) maar wel ons gedrag sturen (5).
     Ook in de bestseller De meeste mensen deugen (2019) negeert Rutger Bregman de invloed van de werkelijkheid op ons gedrag. Aan het eind van zijn boek laat Bregman zien wat er gebeurt als we uitgaan van het goede in de mens. Zorgondernemer Jos de Blok van Buurtzorg geeft zijn wijkverplegers veel vrijheid met zeer tevreden klanten en werknemers als resultaat. In Noorse gevangenissen krijgen de gedetineerden relatief veel vrijheid waardoor de sfeer veel prettiger is dan in Amerikaanse gevangenissen. In het Deense Aarhus ging men thee drinken met jonge moslims waarna het aantal Syriëstrijders sterk afnam.
     Bregman vergeet de omstandigheden. Uit de drie voorbeelden blijkt dat als een individu goed wordt behandeld, zijn gedrag goed is. De mens is niet van nature goed of slecht. De omstandigheden bepalen, tezamen met zijn brein, of een individu goed of slecht gedrag vertoont. Bregman noemt dit verband niet.

Samenvattend, hoe beïnvloedt de werkelijkheid mogelijk ons gedrag? We leven in de concrete werkelijkheid, de werkelijkheid die we met onze zintuigen waarnemen. De concrete werkelijkheid bevat specifieke dingen die positief of negatief voor ons zijn. Onze hersenen beoordelen of een specifiek ding positief of negatief voor ons is. We ervaren dan een positief of negatief gevoel. Omdat positieve gevoelens goed zijn voor ons welbevinden en negatieve gevoelens slecht, streven we voortdurend naar positieve gevoelens en proberen we negatieve gevoelens te voorkomen.
     We leven in een samenleving die aanneemt dat we ons eigen lot kunnen bepalen. Die aanname klopt niet, omdat ons dingen kunnen overkomen waar we geen invloed op hebben.
     Als we over een lange periode veel negatieve gevoelens moeten ervaren kunnen we een depressie ontwikkelen. Door een depressie ondernemen we heel weinig en dat is functioneel: de kans op negatieve gevoelens is dan ook minder.

Verwijzingen
1. Op deze website ga ik dieper in op de huidige psychologie. Even in het kort. De huidige psychologie is geen empirische wetenschap. Een empirische wetenschap, zoals de natuurwetenschappen, zoekt naar verklaringen voor haar verschijnselen. Psychologen stellen enkel door middel van experimenten psychische verschijnselen vast. Omdat de psychologie niet naar verklaringen zoekt voor haar verschijnselen, is zij feitelijk een semiwetenschap.
     Om van de psychologie een echte empirische wetenschap te maken is allereerst een goede theorie over de oorzaken van het menselijk gedrag noodzakelijk. Een dergelijke theorie moet volgens mij uitgaan van de invloed van de werkelijkheid.
     Sommige lezers denken wellicht dat het behaviorisme of de leertheorie al een theorie is over de invloed van de werkelijkheid op ons gedrag. Het behaviorisme of de leertheorie is enkel een theorie over het aan- en afleren van specifiek zichtbaar gedrag. Deze theorie verklaart niet de invloed van de werkelijkheid op al onze gedachten, gevoelens en handelingen.
2 Voor de leesbaarheid heb ik een tussenstap weggelaten. Iemand voert een specifieke handeling uit om een specifiek doel te bereiken. Er zijn drie mogelijke doelen: een specifiek ding of gebeurtenis dat een positief gevoel oproept; een specifiek ding of gebeurtenis dat een negatief gevoel voorkomt en een specifiek ding of gebeurtenis in reactie op een negatief gevoel, dat een positief gevoel veroorzaakt.
     De uitgevoerde handeling om een van de drie doelen te bereiken, leidt tot een nieuw ding of nieuwe gebeurtenis. Dat specifieke ding of die specifieke gebeurtenis wordt door het brein weer beoordeeld. De hersenen beoordelen of het specifieke doel is bereikt. Zo ja, dan ervaart de persoon een positief gevoel. Zo nee, dan ervaart de persoon een negatief gevoel.
3 Dit lijkt in de verte op wat neuropsycholoog Victor Lamme schrijft in zijn boek Waarom? - Op zoek naar wat ons werkelijk drijft (2016). Lamme concludeert: '[De] essentie van wat we zijn [is]: dieren op zoek naar beloning, die narigheid willen vermijden en graag doen wat anderen doen' (p. 299). Lamme leidt deze conclusie niet af uit de eigenschappen van de concrete werkelijkheid. Ook beschrijft Lamme niet de verschillende manieren waarop de mens streeft naar beloning en narigheid vermijdt.
4 Hierboven is uitgelegd welke handelingen de mens uitvoert, en waarom. Tevens is uitgelegd waarom de taal zo belangrijk is voor de mens. Maar hoe ontstaan de handelingen en de gedachten of uitspraken in de mens?
     De mens reageert op een specifieke gebeurtenis adequaat. Hij reageert op een specifieke gebeurtenis met de bijbehorende handeling: een handeling (uit een van de drie soorten) die hoort bij dat specifieke ding. Of hij reageert op een specifieke gebeurtenis met de bijbehorende gedachten of uitspraken: gedachten of uitspraken die horen bij dat specifieke ding. Dat werkt waarschijnlijk in de hersenen als volgt.
     Bij het waarnemen van een specifieke gebeurtenis richten de zintuigen zich op die gebeurtenis. De zintuigen maken van die gebeurtenis specifieke elektrochemische activiteit. De specifieke elektrochemische activiteit activeert in het brein specifieke gebieden. De geactiveerde hersengebieden veroorzaken de handeling of gedachte die hoort bij die specifieke gebeurtenis. De mens voert de bijbehorende handeling uit of schiet zich de bijbehorende gedachte te binnen. 
     Ik noem twee aanwijzingen uit de neurowetenschappen voor de juistheid van deze hypothese. Het eerste inzicht is dat de hersenscans in de vele studies specifieke, zeer actieve hersengebieden tonen. Proefpersonen krijgen een taak aangeboden terwijl ze in een hersenscanner liggen. Ze voeren de taak uit met de bijbehorende handeling of gedachte. De hersenscans laten zien dat tijdens het uitvoeren van de taak specifieke gebieden actiever zijn dan andere gebieden. Bij andere taken zijn weer andere hersengebieden actiever. De hersenscans ondersteunen het idee dat een specifieke taak die gebieden sterk activeert die de bijbehorende handeling of gedachte veroorzaken.
     De tweede aanwijzing is dat wij op specifieke gebeurtenissen en personen bijna altijd reageren met de bijbehorende woorden. Soms verspreken wij ons of noemen een verkeerd woord. Wij herstellen ons dan direct of worden door de ander erop gewezen. Bij verschillende verworven hersenziekten reageert de patiënt op specifieke gebeurtenissen of personen niet meer adequaat, zoals bij visuele agnosie en dementie. Patiënten met visuele agnosie kunnen specifieke gebeurtenissen niet meer benoemen. Welke gebeurtenissen dat zijn verschilt per patiënt. Zo zijn er patiënten die enkel dieren, planten of muziekinstrumenten niet meer herkennen. Patiënten in de eindfase van dementie herkennen hun naasten niet meer. Bij beide hersenziekten is aangetoond dat specifieke hersengebieden zijn aangetast. Deze hersenziekten impliceren dat mensen door middel van specifieke, gezonde hersengebieden wél adequaat reageren op specifieke gebeurtenissen en personen met de bijbehorende woorden.
     Kortom, twee inzichten uit de neurowetenschappen ondersteunen de hypothese dat de mens op een specifieke gebeurtenis reageert met de bijbehorende handeling of gedachte, door middel van specifieke gezonde hersengebieden.
5. De Amerikaanse filosoof Michael J. Sandel heeft hier een boek over geschreven, De tirannie van verdienste - Over de toekomst van de democratie (2020). Een citaat uit het interview met hem uit de Volkskrant van zaterdag 19 september 2020: ‘De bovenlaag heeft te weinig oog voor het feit dat succes óók komt door zaken als toeval, geluk, aanleg, de juiste omstandigheden en ouders en docenten die je de weg wijzen. De elite denkt dat ze haar succes uitsluitend aan zichzelf te danken heeft, waardoor ze geen enkele dankbaarheid en nederigheid voelt. Deze manier van naar succes kijken heeft gezorgd voor wat ik een meritocratische verwaandheid noem. Mensen die het maken, denken dat zij hun succes zelf hebben verdiend en vinden dat de achterblijvers hun lot aan zichzelf hebben te wijten.'