Blue Flower

Gerard van der Burg, psycholoog. Leestijd ca. 12 minuten.

Deze website gaat over de invloed van de werkelijkheid op ons leven. Psychologen hebben een merkwaardige relatie met de werkelijkheid. Ik schets hoe de werkelijkheid mogelijk ons gedrag bepaalt. Tot slot pas ik deze theoretische aanzet toe op psychische stoornissen en de huidige samenleving.

De psychologie en de werkelijkheid
De werkelijkheid kan snoeihard zijn. Miljoenen mensen zijn besmet met het coronavirus, het virus maakt honderdduizenden doden en leidt tot vergaande maatregelen. Naast deze harde werkelijkheid op wereldschaal is er een pijnlijke werkelijkheid op persoonlijk niveau, zoals ontslagen worden, een hartinfarct krijgen of het overlijden van een dierbare. De harde werkelijkheid beïnvloedt ons leven. Dat geldt ook voor de alledaagse werkelijkheid.
     Alles wat we meemaken stuurt ons gedrag. Alles wat we zien, horen, ruiken, proeven en met de tastzin voelen, bepaalt wat we denken, voelen en doen. We kunnen denken aan de gesprekken die we voeren, de berichten die we lezen en de muziek die we horen.
     Een psychologische theorie over ons gedrag die uitgaat van de werkelijkheid lijkt zeer aannemelijk. Toch bezit de psychologie geen enkele theorie over de invloed van de werkelijkheid op onze gedachten, gevoelens en handelingen (1). Volgens psychologen kan namelijk niet over ‘de werkelijkheid’ worden gesproken, omdat zij niet bestaat. Dit is een bekend inzicht uit de kennistheorie, de tak van de wijsbegeerte die onderzoek doet naar betrouwbare kennis. De kennistheorie stelt dat ‘de werkelijkheid’ - de werkelijkheid die voor iedereen dezelfde is, de objectieve werkelijkheid - niet bestaat omdat elk mens de werkelijkheid interpreteert. Er is enkel een subjectieve of intersubjectieve werkelijkheid. Inderdaad, de objectieve werkelijkheid bestaat niet. Maar mensen zijn geen kennistheoretici.
     Voor de mens is het niet belangrijk of de werkelijkheid objectief is of niet. Hij leeft elke dag in de gewone werkelijkheid. De alledaagse werkelijkheid is voor hem zelfs van wezenlijk belang. Hij is voor zijn leven namelijk afhankelijk van een leefbare omgeving, voedsel, water, andere mensen, werk, enz. Voor het bestaan van de mens is de werkelijkheid cruciaal en niet de kwestie van de objectieve werkelijkheid.
     De werkelijkheid bepaalt ons gedrag. Hoe dit mogelijk werkt heb ik getracht in taal te vangen. Ik beschrijf in grote lijnen deze werking. (Het is een aannemelijke theoretische aanzet, maar ook een die psychologen nog moeten toetsen aan de empirie.)

De concrete werkelijkheid
De mens wordt omringd door de 'concrete werkelijkheid', de werkelijkheid die hij met zijn zintuigen waarneemt. De concrete werkelijkheid bevat voor de mens drie essentiële eigenschappen.
     De eerste eigenschap, de mens neemt in de concrete werkelijkheid talloze verschillende dingen, personen en gebeurtenissen waar, bijvoorbeeld: de zon; wolken; straten; vogels; insecten, winkelpersoneel en een onweersbui. Wanneer de mens naar een andere omgeving loopt verandert de concrete werkelijkheid om hem heen. Hij registreert dan andere dingen, personen en gebeurtenissen. Zo neemt hij in zijn woonkamer het uitzicht, zitbank, boekenkast en zijn partner waar en in het verkeer stoplichten, auto’s, fietsers en voetgangers.
     De tweede eigenschap is dat sommige van de dingen, personen en gebeurtenissen in de concrete werkelijkheid goed zijn voor het voortbestaan en welzijn van de mens. Als derde eigenschap zijn sommige andere dingen, personen en gebeurtenissen slecht voor het welzijn van de mens.
     Deze drie cruciale eigenschappen van de concrete werkelijkheid veroorzaken, tezamen met ons brein, onze gevoelens, handelingen en gedachten.

Gevoelens
Sommige dingen zijn goed voor de mens. Andere dingen zijn slecht voor de mens. Zo is vers voedsel goed voor hem, maar bedorven voedsel slecht. Hij zal moeten beoordelen of een specifiek ding voordelig of nadelig voor hem is. De mens beoordeelt inderdaad specifieke dingen.
     De hersenen van de mens beoordelen met behulp van de zintuigen en razendsnel, of een specifiek ding positief of negatief is voor zijn voortbestaan en welzijn. Bij een positieve beoordeling ervaart de mens een positief gevoel, bij een negatieve beoordeling een negatief gevoel. Het positieve of negatieve gevoel heeft een bepaalde sterkte, variërend van heel licht tot heel sterk. Zo ervaart de mens bij het waarnemen van bijvoorbeeld een specifiek persoon, een specifiek apparaat en een specifiek muziekstuk een positief of een negatief gevoel met een bepaalde intensiteit.

Handelingen
De mens ervaart een positief gevoel als zijn hersenen beoordelen dat een specifiek ding positief is voor zijn bestaan. Hij ervaart een negatief gevoel als zijn brein beoordeelt dat een specifiek ding negatief is voor zijn voortbestaan en welzijn. Om te kunnen overleven zal de mens voortdurend moeten streven naar positieve gevoelens en negatieve gevoelens moeten voorkomen. Dat doet hij.
     De mens voert de hele dag handelingen uit die behoren tot een van de volgende drie soorten: handelingen om positieve gevoelens te bereiken; handelingen om negatieve gevoelens te voorkomen en simpele handelingen in reactie op negatieve gevoelens (2). Ik bespreek elke soort.
     De eerste soort handelingen zijn handelingen die positieve gevoelens opleveren. De mens kent talloze van dergelijke handelingen. Veel van deze handelingen zijn onder te verdelen in verschillende categorieën. Ik noem twaalf categorieën. Eén: het uitvoeren van allerlei basishandelingen, zoals eten, lopen, zindelijk worden, praten, schrijven, enz. Twee: het kind voldoet aan de verwachtingen van zijn gezin. Drie: vriendschappen sluiten en onderhouden. Vier: een opleiding volgen. Vijf: uitgaan, naar cafés, bioscopen en festivals. Zes: mooie spullen kopen. Zeven: voldoen aan de verplichte normen en waarden van zijn (sub)cultuur. Acht: een beroep uitoefenen. Negen: in een eigen huis wonen. Tien: een relatie hebben. Elf: een gezin stichten en draaiende houden. En twaalf: op vakantie gaan. 
     De tweede soort handelingen die mensen de hele dag uitvoeren zijn handelingen om negatieve gevoelens te voorkomen. Vele handelingen passen in verschillende categorieën. Ik noem er negen. Eén: zelfdiscipline, bijvoorbeeld gezond eten en zorgen voor voldoende slaap en beweging om niet ziek te worden. Twee: zelfbeheersing. De mens gedraagt zich wellevend tegenover anderen om geen irritaties of conflicten te krijgen. Drie: perfectionisme om geen fouten te maken. Vier: ongezond gedrag afleren, zoals stoppen met roken. Vijf: het raadplegen van een medisch specialist om van specifieke klachten of pijn af te komen. Zes: scheiden van de partner om geen heftige ruzies meer te hoeven meemaken. Zeven: een defect apparaat (laten) repareren of vervangen om zich niet meer te hoeven ergeren. Acht: demonstreren. Veel mensen protesteren tegen een misstand in de hoop iets te veranderen. Negen: coronaproof gedrag. Om niet besmet te raken met het coronavirus zal iemand geen handen schudden, zijn handen stukwassen en booglopen (3).
     De derde soort handelingen van de mens zijn simpele handelingen in reactie op negatieve gevoelens. Mensen voeren in reactie op negatieve gevoelens simpele handelingen uit, omdat simpele handelingen een hele grote kans hebben op positieve gevoelens. Voorbeelden van dergelijke handelingen zijn snoepen, shoppen of whatsappen.
     Voor de meeste van de genoemde handelingen geldt dat de persoon ze eerst heeft moeten leren uitvoeren. Het aanleren van handelingen betekent dat de handelingen door de hersenen zijn verworven. Nadat de handelingen zijn aangeleerd, en in de hersenen zijn verankerd, kunnen ze succesvol worden uitgevoerd en positieve gevoelens opleveren of negatieve gevoelens voorkomen.
     Toch kan elke handeling na vele keren succesvol te zijn uitgevoerd altijd een keer mislukken. Zo kunnen we een keer struikelen, worden aangereden, iemand kwetsen, worden gekwetst of een miskoop doen.
     Veel van de genoemde categorieën en handelingen zijn persoonlijk: ze zijn niet op elk individu van toepassing. Sommige mensen kunnen aan een bepaalde categorie of handeling niet voldoen of hebben aan een bepaalde categorie of handeling geen behoefte.
     Onze hersenen passen zich aan elke situatie aan. Het brein reageert op een specifiek ding met de bijbehorende handeling: een handeling (uit een van de drie soorten) die hoort bij dat specifieke ding (4).
     Het bovenstaande vat ik samen. De mens is voortdurend bezig met allerlei activiteiten. We weten nu wat het psychische nut daarvan ofwel wat de drijfveer van de mens is. De drijfveer van de mens is het streven naar positieve gevoelens en het voorkomen van negatieve gevoelens. In de praktijk van alledag komt deze drijfveer op vele verschillende manieren tot uiting. 

Gedachten
Een mens alleen kan niet overleven in de concrete werkelijkheid. Hij zal goed moeten samenwerken. Dankzij de taal kan hij dat.
     Ik noem drie functies van een taal. Ten eerste bindt taal mensen. Wanneer twee mensen elkaar enigszins begrijpen ervaren ze beiden een positief gevoel. Om veel positieve gevoelens te ervaren zal de mens vaak en met verschillende mensen enigszins begrijpelijk willen praten. Ten tweede weet de mens door te praten met anderen welke specifieke dingen voordelig of juist nadelig voor hem kunnen zijn. Ten derde leren mensen elkaar door te praten nieuwe handelingen aan. Voor deze drie functies van de taal moet de mens zich nauwkeurig kunnen uitdrukken. Dat kan hij.
     Elke taal kent talloze (werk)woorden en werkwoordsvormen. De mens kan met behulp van deze (werk)woorden en werkwoordsvormen de talloze specifieke dingen precies benoemen. Hij kan dat door het functioneren van zijn brein. Zijn hersenen reageren bijvoorbeeld op een specifiek ding met de bijbehorende gedachten of uitspraken: gedachten of uitspraken die horen bij dat specifieke ding. De mens schiet zich dan die gedachten te binnen of hij spreekt ze uit (5).

Tot slot verhelder ik met deze theoretische aanzet psychische stoornissen en de huidige samenleving.

Psychische stoornissen
Door de drijfveer van de mens ervaart iemand veel positieve gevoelens en af en toe een negatief gevoel. Toch kan iemand in een bepaalde periode een of meer ernstige of stressvolle gebeurtenissen meemaken. Hij ervaart dan over een lange periode relatief weinig positieve gevoelens en veel (sterke) negatieve gevoelens.
     De mens zal met zijn streven naar positieve gevoelens en het voorkomen van negatieve gevoelens op deze situatie reageren. Zijn hersenen zullen handelingen uitvoeren om weer veel positieve gevoelens te ervaren en juist minder negatieve gevoelens. Het brein van de mens kan ook een psychische stoornis ontwikkelen.
     Sommige psychische stoornissen, zoals een dwanghandeling, een verslaving en anorexia, kunnen namelijk worden beschouwd als manieren om weer veel positieve gevoelens te ervaren. Wanneer iemand vaak zijn dwanghandeling uitvoert ervaart hij veel positieve gevoelens. Als iemand vaak alcohol inneemt geeft hem dat telkens een positief gevoel. Wanneer de anorexiapatiënt vaak zijn honger kan trotseren door niet te eten levert hem dat steeds een positief gevoel op. De verslaafde en de anorexiapatiënt betalen voor deze positieve gevoelens een hoge prijs: de aantasting van hun lichamelijke gezondheid.
     Een andere psychische stoornis, een depressie, kan worden beschouwd als een manier om juist nieuwe negatieve gevoelens te voorkomen. Iemand met een depressie heeft nauwelijks energie meer om iets te ondernemen uit angst weer een negatief gevoel te moeten ervaren.

Onze meritocratische samenleving
Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw leven we in een meritocratische samenleving. In deze samenleving zijn het de verdiensten (merits) van het individu die zijn lot bepalen in plaats van zijn afkomst. Het individu kan alles bereiken wat hij ambieert, als hij maar hard wil werken. Als hij geen succes heeft, heeft hij gefaald.
     Ons leven is veel minder maakbaar dan we willen en denken. Wij zijn afhankelijk van vele factoren en omstandigheden waar wij geen invloed op hebben. Dit inzicht wordt zelden vertolkt in onze samenleving (6). Ook in de bestseller De meeste mensen deugen (2019) negeert Rutger Bregman de invloed van de werkelijkheid op ons leven. Bregman wil aantonen dat de mens van nature goed is. De geschiedenis kent vele verhalen en de psychologie een aantal beroemde experimenten waaruit zou blijken dat de mens van nature slecht is. De meeste van deze verhalen en experimenten blijken bij nauwkeurige bestudering onjuist of gemanipuleerd. De meeste mensen zijn dus van nature goed suggereert Bregman.
     In de laatste delen van zijn boek laat Bregman zien wat er gebeurt als we uitgaan van het goede in de mens. Zorgondernemer Jos de Blok van Buurtzorg geeft zijn wijkverplegers veel vrijheid met zeer tevreden klanten en werknemers als resultaat. In Noorse gevangenissen krijgen de gedetineerden relatief veel vrijheid waardoor de sfeer veel prettiger is dan in Amerikaanse gevangenissen. In het Deense Aarhus ging men thee drinken met jonge moslims waarna het aantal Syriëstrijders sterk afnam.
     Bregman vergeet de omstandigheden. Uit de drie voorbeelden blijkt dat als een individu goed wordt behandeld, zijn gedrag goed is. De mens is niet van nature goed of slecht. De omstandigheden bepalen, tezamen met zijn brein, of een individu goed of slecht gedrag vertoont. Bregman noemt dit verband niet expliciet.
     Kortom, de meeste mensen deugen als de omstandigheden deugen, de meeste mensen deugen niet als de omstandigheden niet (blijken te) deugen.

Samenvattend, de psychologie en onze meritocratische samenleving negeren de werkelijkheid. Ons gedrag wordt echter zeer waarschijnlijk veroorzaakt door onze hersenen en de concrete werkelijkheid. Hierdoor zijn onze gedachten, gevoelens en handelingen niet te begrijpen los van onze hersenen en onze omstandigheden.


Verwijzingen

1. Op deze website ga ik dieper in op de huidige psychologie. Even in het kort. De huidige psychologie is geen empirische wetenschap. Een empirische wetenschap, zoals de natuurwetenschappen, zoekt naar verklaringen voor haar verschijnselen. Psychologen stellen enkel door middel van experimenten psychische verschijnselen vast. Omdat de psychologie niet naar verklaringen zoekt voor haar verschijnselen, is zij feitelijk een semiwetenschap.
     Om van de psychologie een echte empirische wetenschap te maken is allereerst een goede theorie over de oorzaken van het menselijk gedrag noodzakelijk. Een dergelijke theorie moet volgens mij uitgaan van de invloed van de werkelijkheid.
     Sommige lezers denken wellicht dat het behaviorisme of de leertheorie al een theorie is over de invloed van de werkelijkheid op ons gedrag. Het behaviorisme of de leertheorie is enkel een theorie over het aan- en afleren door een organisme van specifiek zichtbaar gedrag onder invloed van de omgeving. Deze theorie verklaart niet de invloed van de werkelijkheid op onze gedachten, gevoelens en handelingen.
2. Voor de leesbaarheid heb ik een tussenstap weggelaten. Iemand voert een specifieke handeling uit om een specifiek doel te bereiken. Het specifieke doel is een specifiek ding in de concrete werkelijkheid met een positief gevoel óf een specifiek ding dat een negatief gevoel voorkomt óf een specifiek ding in reactie op een negatief gevoel met een positief gevoel. De uitgevoerde handeling leidt tot een nieuwe concrete werkelijkheid, tot een nieuw ding. Dat specifieke ding wordt door het brein beoordeeld. De hersenen beoordelen of het specifieke doel is bereikt. Zo ja, dan heeft de persoon beheerst. Zo nee, dan ervaart de persoon een negatief gevoel.
3. Deze drijfveer van de mens lijkt in de verte op dat van neuropsycholoog Victor Lamme in zijn boek Waarom? - Op zoek naar wat ons werkelijk drijft (2016). Lamme concludeert: '[De] essentie van wat we zijn [is]: dieren op zoek naar beloning, die narigheid willen vermijden en graag doen wat anderen doen' (p. 299). Lamme leidt deze drijfveer van de mens niet af uit de eigenschappen van de concrete werkelijkheid. Ook beschrijft Lamme niet de verschillende manieren waarop de mens streeft naar beloning en narigheid vermijdt.
4. De hersenen van de mens reageren op specifieke gebeurtenissen met de bijbehorende gedachten of handelingen. Dat werkt waarschijnlijk als volgt.
     Bij het waarnemen van een specifieke gebeurtenis richten de zintuigen zich op die gebeurtenis. De zintuigen maken van die gebeurtenis specifieke elektrochemische activiteit. De specifieke elektrochemische activiteit activeert in het brein specifieke gebieden. De geactiveerde hersengebieden veroorzaken de gedachte of handeling die hoort bij die specifieke gebeurtenis. De mens schiet zich de bijbehorende gedachte te binnen of voert de bijbehorende handeling uit. 
     Ik noem twee aanwijzingen uit de neurowetenschappen voor de juistheid van deze hypothese. Het eerste inzicht is dat de hersenscans in de vele studies specifieke, zeer actieve hersengebieden tonen. Proefpersonen krijgen een taak aangeboden terwijl ze in een hersenscanner liggen. Ze voeren de taak uit met de bijbehorende gedachte of handeling. De hersenscans laten zien dat tijdens het uitvoeren van de taak specifieke gebieden actiever zijn dan andere gebieden. Bij andere taken zijn weer andere hersengebieden actiever. De hersenscans ondersteunen het idee dat een specifieke taak die gebieden sterk activeert die de bijbehorende gedachte of handeling veroorzaken. 
     De tweede aanwijzing is dat wij op specifieke dingen en personen bijna altijd reageren met de bijbehorende woorden. Soms verspreken wij ons of noemen een verkeerd woord. Wij herstellen ons dan direct of worden door de ander erop gewezen. Bij verschillende verworven hersenziekten reageert de patiënt op specifieke dingen of personen niet meer adequaat, zoals bij visuele agnosie en dementie. Patiënten met visuele agnosie kunnen specifieke dingen niet meer benoemen. Welke dingen dat zijn verschilt per patiënt. Zo zijn er patiënten die enkel dieren, planten of muziekinstrumenten niet meer herkennen. Patiënten in de eindfase van dementie herkennen hun naasten niet meer. Bij beide hersenziekten is aangetoond dat specifieke hersengebieden zijn aangetast. Deze hersenziekten impliceren dat mensen door middel van specifieke, gezonde hersengebieden wél adequaat reageren op specifieke dingen en personen met de bijbehorende woorden.
     Kortom, twee inzichten uit de neurowetenschappen ondersteunen de hypothese dat de mens op een specifieke gebeurtenis reageert met de bijbehorende gedachte of handeling, door middel van specifieke gezonde hersengebieden.
5. Zie verwijzing 4.
6. De Amerikaanse filosoof Michael J. Sandel heeft hier een boek over geschreven, De tirannie van verdienste - Over de toekomst van de democratie (2020). Een citaat uit het interview met hem uit de Volkskrant van zaterdag 19 september 2020: ‘De bovenlaag heeft te weinig oog voor het feit dat succes óók komt door zaken als toeval, geluk, aanleg, de juiste omstandigheden en ouders en docenten die je de weg wijzen. De elite denkt dat ze haar succes uitsluitend aan zichzelf te danken heeft, waardoor ze geen enkele dankbaarheid en nederigheid voelt. Deze manier van naar succes kijken heeft gezorgd voor wat ik een meritocratische verwaandheid noem. Mensen die het maken, denken dat zij hun succes zelf hebben verdiend en vinden dat de achterblijvers hun lot aan zichzelf hebben te wijten.'